Het is nooit de schuld van het slachtoffer

Gepubliceerd op 2 november 2017
Het is nooit de schuld van het slachtoffer

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad. Deze maand schrijft ze over seksuele intimidatie en seksueel geweld.

Het is nooit de schuld van het slachtoffer

Zo maar een dag. Woensdagochtend 25 oktober, acht uur ‘s morgens. Ik luister naar een nieuwszender. In een kwartier tijd komen de volgende berichten voor bij: het journaal meldt dat er een onderzoek start naar seksuele intimidatie van jonge medewerkers bij het Europees Parlement in Brussel. Er zijn aanwijzingen dat het niet om incidenten gaat maar regelmatig voorkomt. Het varieert van ongepaste opmerkingen tot regelrechte fysieke intimidaties. Het journaal meldt dat een hoge baas van de Marechaussee een militair in opleiding heeft mishandeld omdat de militair zijn vrouw zou hebben aangerand. Daarna volgt een aankondiging van het programma ‘Verkracht onder Toezicht’ dat ‘s avonds wordt uitgezonden: mensen met een verstandelijke beperking hebben een grotere kans op geweld of misbruik dan mensen zonder een beperking. Ook als ze in een zorginstelling wonen. Naar aanleiding van dit programma zegt de voorzitter van de commissie die geweld in de Jeugdzorg onderzoekt dat daders en slachtoffers vaak onder één dak wonen omdat er te weinig gespecialiseerde plekken zijn in Nederland. Drie berichten over seksuele intimidatie, aanranding en verkrachting. Hoe absurd het ook klinkt: seksuele intimidatie en seksueel geweld is heel normaal in Nederland. En dan bedoel ik: het is aan de orde van de dag. Want natuurlijk is het niet normaal om over de grenzen van een ander heen te gaan. Onderzoek van de Centra voor Seksueel Geweld laat zien dat één op de acht vrouwen en één op de vijfentwintig mannen ooit is verkracht. Dat wil zeggen dat van alle 100 vrouwen in Nederland er bijna 13 zijn verkracht en van alle 100 mannen zijn er vier verkracht. En dan hebben we het nog niet over ongewenste opmerkingen, ongewenste aanrakingen, ongepaste voorstellen, aanrandingen…

Toch hebben we het zelden over seksueel geweld. We weten niet van elkaar of we aangerand of verkracht zijn. We praten er niet over. Slachtoffers niet omdat ze er niet meer aan willen denken, maar ook omdat ze bang zijn voor de reactie van anderen. Saskia Noort vertelde onlangs op televisie dat ze als veertienjarig meisje verkracht werd door haar buurman. Ze sprak er 35 jaar niet over. Ze was bang voor het ongeloof en het verdriet van anderen. Ze gaf zichzelf de schuld: “Ik was op een plek waar ik niet hoorde te zijn, in een te kort rokje”, zegt ze. Ze weet nog dat het een rood rokje was. Ze wordt door hem verkracht in de tuin, terwijl haar vrienden binnen zitten. “Om hulp vragen was makkelijk geweest. Gillen, schreeuwen, trappen, bijten. Maar ik deed niets. Ik liet hem inbeuken op mijn lichaam.” Verkracht worden en niets doen. Verstijfd raken, zoals een konijntje dat verblind wordt door de koplampen van een auto, stokstijf stil blijven zitten.

Een schokkende, traumatische en soms levensbedreigende gebeurtenis kan drie reacties oproepen: vluchten, vechten of verstijven. Dat laatste is het meest verwarrend voor slachtoffers, maar ook voor hun omgeving. Je hebt niets gedaan. Je hebt je niet verzet. Saskia Noort raakte daar als jong meisje van in de war. “Was het wel een verkrachting? Wat zullen ze zeggen dat ik me niet verzet heb?” Dat is dus een heel normale reactie in een (levens)bedreigende situatie. Wat zou het fijn zijn geweest voor de veertienjarige Saskia als iemand haar dat had verteld: het is niet jouw schuld! Als iemand met haar had gepraat. Maar niemand heeft met haar gepraat.
Omstanders praten meestal niet over seksueel geweld omdat ze zich ongemakkelijk voelen, omdat ze niet weten wat ze losmaken of hoe ze moeten reageren. Terwijl praten het allerbelangrijkste is. Praten helpt om een aanranding of verkrachting te verwerken. Meisjes en jongens, mannen en vrouwen hebben er niets aan om kritisch bevraagd te worden over de kleding die ze droegen, waar ze waren en of ze wel teruggevochten hebben. De Centra Seksueel Geweld waarschuwen: "Beschuldigen van het slachtoffer is vaak schuldiger dan de gebeurtenis zelf." Er is maar één boodschap: het is niet jouw schuld!

Jonge mensen hebben het meeste kans op misbruik. De cijfers liegen er niet om: één op de zes jongens en één op de vier meisjes wordt voor hun achttiende levensjaar seksueel misbruikt. En deze cijfers zijn nog maar het topje van de ijsberg. Van de meeste gevallen van seksueel misbruik, aanranding en verkrachting wordt namelijk geen aangifte gedaan. Uit onderzoek komt ook naar voren dat de meeste daders, namelijk acht op de tien, uit de familie- of kennissenkring van het slachtoffer komt. Ooms en broers zijn in de meeste gevallen de dader, daarna worden stiefvaders en vaders het vaakst als dader genoemd.

Nog wat feiten op een rij:
- Veel daders zijn zelf in hun jeugd seksueel misbruikt.
- Door grote afhankelijkheid binnen het gezin blijft incest vaak een familiegeheim.
- Voor de buitenwereld lijken incestgezinnen veelal een modelgezin.
- Een seksueel misbruikt kind kan geen gevoel voor eigenwaarde ontwikkelen.
- Veel slachtoffers missen bescherming van hun moeder.
 

Wees daarom alert. Overwin je schroom. Praat.