Interne brandwonden

Gepubliceerd op 13 juni 2018
Interne brandwonden

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad. Deze maand pleit ze in haar column voor borging van de zeer specialistische zorg die op maar enkele plekken in Nederland wordt geboden.

Zomer 2017. Op een warme avond in juli is de vijftienjarige Sander samen met zijn ouders en zusje aan het barbecueën. Dat is tenminste het plan. Sander wil deze keer zelf de barbecue aansteken. Zijn ouders zijn in de keuken voorbereidingen aan het treffen. Het waait een beetje en de vlammen doven nog voor ze de kooltjes goed kunnen verhitten. Sander loopt naar het hok en pakt de fles benzine. Zijn vader gooit ook vaak een scheut over de kooltjes heen. Hij pakt de fles en knijpt er flink in. Meteen schiet een metershoge steekvlam de lucht in en Sanders synthetische bloesje vliegt meteen in de fik.
De schreeuw die volgt zorgt ervoor dat zijn ouders in een fractie van een seconde naar buiten rennen. En dan gaat het snel: vuur doven, koelen onder de douche, 112 bellen… Er verschijnt binnen enkele minuten een traumahelikopter om Sander naar het Brandwondencentrum in Beverwijk te brengen.
De brandwonden zijn zo heftig, dat gevreesd wordt voor zijn leven. In Beverwijk start een team, dat bestaat uit verschillende specialismen, aan een intensieve behandeling en begeleiding: Chirurgie, Plastische Chirurgie, Anesthesie, Intensive Care Geneeskunde, Psychologie, Fysiotherapie, Medisch Maatschappelijk Werk… Op alle gebieden wordt gekeken naar herstel van functies.

Een ander verhaal. De veertienjarige Madelief is zich sinds de scheiding van haar ouders (haar vader ziet ze niet meer) steeds meer gaan afzetten en het gaat niet goed met haar. Ruzies thuis, veel spijbelen. Van een open en spontaan meisje verandert Madelief in een boos en opstandige puber. Ook experimenteert ze met drugs en vriendjes. Madelief komt vaak laat thuis. Soms is het ver na middernacht als haar moeder Ina haar hoort thuiskomen. En dat levert weer ruzies op, vooral als Madelief de volgende dag niet haar bed kan uitkomen. Ze trekt zich steeds meer terug en haar moeder maakt zich flink zorgen. Ze neemt haar dochter mee naar het wijkteam om uit te zoeken wat er aan de hand is.
Madelief krijgt coaching om te leren zich aan afspraken te houden, ze krijgt tips om de concentratie op school te verbeteren en begeleiding om te stoppen met blowen. Ina heeft regelmatig gesprekken met een hulpverlener die haar door opvoedingsondersteuning meer inzicht geeft in het gedrag van haar dochter. Weken en maanden gaan voorbij, er komen meer uren ondersteuning, maar de aanpak lijkt geen effect te hebben. Behalve dan dat Madelief zich totaal onbegrepen voelt en de sfeer in huis nog slechter is geworden. In overleg met de hulpverlener wordt besloten dat Madelief hulp nodig heeft van de verslavingszorg. Weer gaan er maanden voorbij. Tot een psycholoog vermoedt dat er wel eens wat anders aan de hand kan zijn.

Dan komt Madelief bij Fier. Ruim 2 jaar na het eerste bezoek aan het wijkteam wordt duidelijk waarom Madelief zo veranderde na de scheiding. Haar vader blijkt haar jarenlang seksueel misbruikt te hebben en pas toen hij vertrok, hoefde ze niet meer op haar hoede te zijn en veranderde haar gedrag. Ze voelde zich zo onbegrepen! En dat werd alleen maar erger in de loop van de tijd, waarin haar echte probleem niet op tafel kwam.
De eerste signalen van ernstige vroegkinderlijke trauma’s worden vaak als typische “puberproblematiek” gezien. Hierdoor kunnen problemen escaleren en zie je kinderen soms ‘weg’ raken, dakloos worden of in handen vallen van criminelen en/of mensenhandelaren. Binnen welzijn en zorg en de jeugdhulp wordt er stepped care gewerkt: eerst lichte hulp. Werkt dat niet, dan wordt er zwaardere en specialistische zorg ingezet. Dit proces kan maanden, soms jaren, duren. Vaak duurt het te lang, veel te lang. Met alle gevolgen van dien.

Ik pleit voor matched care zorg: de juiste zorg op het juiste moment. Zo licht of zo zwaar en zo snel als nodig. Net zoals dat in de medische zorg is geregeld, waarbij een goede triage aan de voorkant ervoor zorgt dat duidelijk is wat nodig is en dat een patiënt naar de juiste voorziening en de geëigende specialist wordt doorverwezen of het nu gaat om basiszorg bij de huisarts of zeer gespecialiseerde zorg die maar op enkele plekken beschikbaar is. Zoals bijvoorbeeld de brandwondencentra.
Dat moet ook in de jeugdhulp zo geregeld worden. In een manifest dat we namens 76 andere instellingen aan de Tweede Kamer hebben aangeboden, pleiten we hiervoor. Kinderen moeten zo snel mogelijk de juiste zorg krijgen en de zeer specialistische zorg die op maar enkele plekken in Nederland wordt geboden, moet geborgd blijven. Dat is nu niet gewaarborgd. Doordat er onvoldoende is nagedacht over de positionering en financiering van deze schaarse zorg in een gedecentraliseerd stelsel. Daar komt bij dat in een gedecentraliseerd stelsel het risico bestaat dat problemen, zoals bijvoorbeeld mensenhandel, uit het zicht verdwijnen. Wat je niet ziet, is er niet.