Laat niet los!

Gepubliceerd op 16 maart 2017
Laat niet los!

Fier-bestuurder Linda Terpstra gaf op 15 maart, verkiezingsavond, in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam een presentatie over vernieuwen in de zorg. Terpstra is verkozen tot VPRO's  Uitdager en Aanpakker. Lees hier haar speech. 

Het was eind jaren tachtig toen ik gezondheidskunde en biologieles gaf op een middelbare beroepsopleiding. Als docent had ik een aantal mentorkinderen. Eén van die kinderen was Sara, een wervelwind met grootse verhalen. De eerste tijd had ik geen flauw benul van wat er schuilging achter al die verhalen, maar Sara ontroerde mij en na een tijdje zat ze onder mijn huid.
 
Na haar schooltijd hielden we contact. Of beter: Sara hield contact met mij. Ze schreef mij brieven, en heel af en toe kwam ze bij me thuis. Toen ik voor onderzoek op Curaçao verbleef, ontving ik een cassettebandje van Sara, met daarop muziek, een verhaaltje en een boodschap. ‘Voel je niet schuldig,’ sprak ze me toe, maar ik had geen idee wat ze bedoelde. Totdat ik een aantal maanden later werd gebeld door de politie met de vraag of ik Sara kende. Ze was dood aangetroffen op haar kamer. Zelfmoord.
 
Drie maanden lang had Sara in haar kamer gelegen voordat haar dood werd opgemerkt. Drie maanden! Omdat niemand haar had gemist. Omdat niemand haar werkelijk had gezien. En zo was het eigenlijk haar hele leven gegaan. Sara’s moeder had een psychiatrische stoornis, waardoor Sara al op jonge leeftijd in een pleeggezin werd geplaatst. Ze belandde van voorziening in voorziening, van pleeggezin in pleeggezin. Ze werd verwaarloosd, in de steek gelaten en – steeds opnieuw – getraumatiseerd. Liefde en veiligheid heeft ze nooit gekend. Haar begrafenis was daar een treurige afspiegeling van: slechts vijf mensen waren aanwezig; een voormalige mentor van een instelling, twee mensen uit een van haar pleeggezinnen en mijn vriendin en ik.
 
Sara’s dood raakte mij diep. Het maakte me verdrietig en machteloos. Maar er ontstond ook opstand en strijdlust binnenin me. Ik wilde een steentje bijdragen, alles op alles zetten om kinderen als Sara te helpen. Sara werd mijn motivator. Sinds haar dood houd ik me bezig met de vraag wat we kunnen en moeten doen voor kwetsbare kinderen als zij. Hoe creëren we een basis voor deze kinderen die laat zien: jij mag er zijn, jij telt! Een basis waarmee ze een fijne toekomst tegemoet kunnen gaan.
 
Ik ben blijven kijken, blijven observeren, blijven zoeken. Als docent, als onderzoeker, en later als bestuurder van Fier. Ik heb mijn integrale en holistische visie verder ontwikkeld, handen en voeten gegeven. Steeds aan de hand van die ene vraag: wat heeft iemand nodig om weer in zijn of haar kracht te komen?
 
Eigenlijk is het antwoord verbluffend simpel: een totaalaanpak.
 
We moeten kijken naar alle leefgebieden en naar alle mogelijkheden van kwetsbare kinderen. Niet alleen inzetten op stabiliteit, veiligheid, begeleiding en behandeling, maar ook op onderwijs, vrije tijd, werk en het sociale netwerk. Want het één heeft invloed op het ander. En we moeten het samen doen. Als zorginstanties, als bedrijven, als gemeentes, als onderwijsinstellingen, als sportclubs, individuen, als maatschappij.
 
We hebben een holistische visie nodig, eentje die alle sectoren overstijgt, zodat het werk van de één het werk van de ander versterkt. En we moeten doen wat nodig is. De systeemwereld, de wereld van het geld, de verantwoording en de regels is in de afgelopen decennia gevoed, waardoor de wereld van de bedoeling -de leefwereld- ondervoed is geraakt. We moeten er weer voor zorgen dat de behoeften van deze kwetsbare kinderen leidend zijn, en niet het geld of de regeltjes.
 
Het verhaal van Sara staat symbool voor de 130.000 beschadigde kinderen die we per jaar in Nederland zien. Ja, u hoort het goed: 130.000 kinderen; in iedere klas één. Verwaarloosd, beschadigd, getraumatiseerd. En ongezien. Tijdens de begrafenis van Sara vroegen de mensen van het pleeggezin of ik wist waar haar fotocamera was gebleven. Ze hadden namelijk prachtige foto’s gevonden die Sara zelf had gemaakt. Ze had talent. Een ongezien talent. Omdat niemand er echt oog voor had. Omdat niemand oog had voor wie Sara werkelijk was, wat ze zag en wat ze belangrijk genoeg vond om vast te leggen. 

Laten we kinderen als Sara alsjeblieft zien. Laten we contact met ze maken, ze vasthouden en ze niet meer loslaten totdat we zeker weten dat het goed is.