Onbegrepen jongeren

Gepubliceerd op 8 maart 2018
Onbegrepen jongeren

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad. Deze maand kijkt ze naar aanleiding van het televisieprogramma Dream School naar de vaak onbegrepen gedragsproblemen van jongeren.

Afgelopen maandag startte het nieuwe seizoen van het televisieprogramma Dream School. De leerlingen van deze school zijn tussen de 16 en 23 jaar oud en stuk voor stuk vastgelopen in het reguliere onderwijssysteem. Op deze speciale school proberen bekende Nederlanders de schoolverlaters te inspireren om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te ontdekken. Mooi dat bekende Nederlanders zich hiervoor willen inzetten.
In de eerste aflevering geven de leerlingen antwoord op de vraag “Wat is het ergste wat je ooit hebt gedaan?” De antwoorden laten een veelheid en diversiteit aan problemen en kansen zien:

“Ik werd elke dag wel een paar keer uit de klas gestuurd.”
“Ik heb een leraar in zijn buik geslagen.”
“Als jongens vervelend doen, sla ik ze net zo lang tot ze uitgeschakeld zijn.”
“Ik heb een keer iemand uitgekleed tot z’n boxershort, ingesmeerd met lijm, ondergespoten met schuim uit de brandslag en volgeplakt met papier.”
“Ik heb op leraren gespuugd.”
“Ik vond het verslavend: de sensatie en aandacht die ik kreeg als clown van de klas.”


De meeste leerlingen van Dream School hebben geen diploma of zijn afgezakt tot het laagste niveau. Ze vullen hun dag met uitslapen tot de middag en/of op straat hangen. De directe omgeving van deze jongeren zit met de handen in het haar. Mentoren en ouders hebben geen idee hoe ze deze jongeren weer op het rechte spoor kunnen krijgen of aanzetten daartoe kunnen doen. Hun hoop is helemaal gevestigd op Dream School. En de jongeren realiseren zich dat dit kon wel eens de laatste kans kan zijn om de negatieve spiraal te doorbreken. De eerste dag van Dream School laat meteen grote uitdagingen zien. Met een leerling die een halve dag te laat komt en de enorme onverschilligheid tijdens de eerste lessen, waar mobieltjes belangrijker lijken te zijn dan de docent.

Maar niets is blijvend, behalve verandering. Daar moet je wel in kunnen en willen geloven. Dat moet je uitgangspunt zijn om aan deze trajecten te beginnen. En dat vind ik nou zo mooi.

Al in  aflevering 1 zie je ingrediënten die voor een verschil kunnen zorgen: de aandacht voor de littekens van deze jongeren. Erkenning. Schoolleiders Lucia Rijker en Eric van ’t Zelfde vragen de leerlingen wat ze hebben meegemaakt. En dan zien we wat we al vermoedden. Deze kinderen hebben heel veel voor de kiezen gekregen. Ze zijn gepest, verwaarloosd, misbruikt, mishandeld, buitengesloten, opgegroeid in pleeggezinnen of instellingen, of hebben een ouder verloren. Stuk voor stuk zijn het jongeren die heel veel hebben meegemaakt. Te veel hebben meegemaakt. Jongeren die een belangrijk deel van hun leven in stand-van-overleven hebben  gezeten en zo veel hebben meegemaakt dat het vertrouwen in anderen en in zichzelf weg is.

De leerlingen van Dream School zijn de jongeren die we ook bij Fier zien. Ze zijn vaak vastgelopen op school, in relaties met anderen en thuis. Ze hebben te veel meegemaakt en zien zich als gevolg daarvan met een veelheid aan problemen en uitdagingen geconfronteerd. Vaak te weinig zelfvertrouwen, problemen en ruzies thuis, grensoverschrijdend gedrag, slecht slapen, achterblijvende of slechte schoolprestaties, een ontbrekend of geen fijn sociaal netwerk. Ook zien we veel eenzaamheid, angst en somberheid.

Voor de directe omgeving van deze kinderen is het niet eenvoudig om met de jongeren om te gaan. Hoezeer zij ook hun best doen om het gedrag te verbeteren, het wordt vaak alleen maar erger. Een neerwaartse spiraal is een serieus risico. Het is een uitdaging om juist binnen deze context de jongeren te willen blijven begrijpen. Waarom doen ze zoals ze doen en wat kunnen we daar tegenover of beter naast stellen?
Om de kansen op een veilige en goede toekomst te vergroten, is het belangrijk om naar het “waarom” van het gedrag te kijken. Wat maakt dat je je zo afzet? Dat je zo agressief bent? Dat je deze keuzes maakt?  Jongeren zíjn niet hun gedrag. In de aanpak van deze problematiek kun je blijven inzetten op het kind in zijn of haar totaliteit. Naar talenten, naar dingen die goed gaan, naar het gezin. Contact maken is van cruciaal belang.

Contact maken betekent dat we dichtbij de jongeren moeten zijn. Aansluiten bij hun belevingswereld. Hun vertrouwen winnen. Dat betekent dat we erop uit moeten gaan, de wijk in, de scholen in, bij hen thuis komen, weten waar ze zich online begeven. En als het contact en vertrouwen er is dan ligt er een basis, een fundament waarop verder gebouwd kan gaan worden. De sleutel van herstel ligt bij het besef dat probleemgedrag een signaal is. De ontwikkeling van deze jongeren wordt verder bedreigd als we niet kijken dan het gedrag.

Laten we alles op alles zetten om ons sociaal, cultureel en maatschappelijk kapitaal een fijne, veilige en gezonde toekomst te bieden.