Recht van spreken

Gepubliceerd op 28 augustus 2017
Recht van spreken

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad. Deze maand wijst ze de partijen aan de formatietafel met klem op hun maatschappelijke taak: zet mensenhandel, seksuele uitbuiting en misbruik hoog op de agenda en maak je hard voor dit onderwerp.  

Vrouwen en mannen die in de prostitutie werken zijn kwetsbaar. Zij zijn niet geholpen als opiniemakers en politici hun mening niet kunnen geven zonder publiekelijk te worden gelyncht

Mogen we erover praten? Over de schokkende verhalen waarmee cliënten bij ons binnenkomen? Over de gedwongen seks, over de subtiele, stuitende en gewelddadige werkwijzen waar kwetsbare meisjes en jonge vrouwen mee te maken kregen? Over de rol van de mensenhandelaar, pooiers of loverboys hierin? Durven we het debat over deze maatschappelijke problematiek wel aan te gaan?
Het lijkt wel een straatgevecht, schreef ik in een opiniestuk in de Volkskrant over de mores in het prostitutiedebat.
Aan de ene kant zien we journalisten, wetenschappers en organisaties die aandacht vragen voor de meisjes, jonge vrouwen en ook jongens die op verschillende manieren in de gedwongen prostitutie belanden door manipulatie, misleiding, intimidatie en geweld. Dat, vooral jonge, vrouwen uitgebuit en misbruikt worden in de seksindustrie. Aan de andere kant zien we sekswerkers en anderen die vinden dat berichten over mensenhandel - het uitbuiten van mensen - in de seksindustrie stigmatiserend zijn en de prostitutie in een kwaad daglicht stellen. Zij stellen dat veel vrouwen er zelf voor kiezen om in de prostitutie te werken en dat we ervoor moeten zorgen dat hun arbeidsomstandigheden verbeteren. Beide partijen hebben recht van spreken.
Het debat polariseert echter al snel en wordt een onfatsoenlijk gevecht dat vooral op de persoon wordt gespeeld. Een beproefde methode: shoot de messenger. Journalist Renate van der Zee werd begin deze maand beticht van “leugens, overdrijving en stemmingmakerij”, nadat ze schreef over geweld en dwang in de seksindustrie. In het verleden werd politica Karina Schaapman zelfs bedreigd omdat ze zich uitsprak over deze problematiek. En ook voormalig Tweede Kamerlid Myrthe Hilkens kreeg het zwaar te verduren toen zij hierover vragen stelde.  

De vraag hoe ‘fatsoenlijk’ een samenleving met prostitutie omgaat wordt misschien wel het beste weerspiegeld door de vraag hoe een samenleving met jeugdprostitutie omgaat. De vraag naar seks met jonge meisjes is zo groot dat veel mannen er hun business van maken. Goede business voor een crimineel. Hoge verdiensten en een lage pakkans. Wat wil je nog meer?
Betaalde seks met een minderjarige is bij de wet verboden. Toch is er soms sprake van een coulante houding naar mannen die voor seks met minderjarigen betalen. In de Valkenburgse zaak kwamen mannen ermee weg dat ze om de tuin waren geleid: in de seksadvertentie had gestaan dat het meisje 18 jaar was. Ze werden niet als plegers van een ernstig zedendelict benaderd, maar als misleide mannen. De meeste mannen kregen dan ook een lichte straf: één dag cel en een taakstraf.
In een samenleving die haar kinderen beschermt moet de focus op het zedendelict liggen: volwassen mannen die seks hebben met kinderen. Als we hier al zo gemakkelijk overheen stappen, als we ons onvoldoende bewust zijn van de schade en de trauma’s die kinderen oplopen, kun je je afvragen hoe respectvol (jonge) vrouwen behandeld worden die in de prostitutie werken.
Mensenhandel is een van de snelst groeiende vormen van internationale criminaliteit. En er zijn signalen dat het aantal minderjarigen in de seksindustrie alleen maar toeneemt. En ja, daarover ben ik nog lang niet uitgepraat. Ik maak me daar ernstig zorgen over.
 
Maar het gesprek hierover - en dan doel ik op stevige debatten, het ontwikkelen van een visie en concrete doelstellingen om dit geweld te stoppen -  verstomt al snel door een gebrek aan respect. Het vergroten van tegenstellingen. Daardoor verzwakt het debat en wordt er geen vuist gemaakt. De politiek is voor mij een afspiegeling van onze samenleving. Als we naar de politiek wijzen dan wijzen we naar onszelf.
En geen vuist maken heeft vergaande gevolgen. Vorige week schreef NRC over een daling in het aantal mensenhandelaren dat in Nederland wordt vervolgd. Vorig jaar werden 103 mensen schuldig bevonden aan mensenhandel; een kwart minder dan in 2015. En niet omdat mensenhandel afneemt,  maar omdat het niet meer hoog op de agenda staat.
 
Ik wil de partijen aan de formatietafel met klem wijzen op hun maatschappelijke taak: zet mensenhandel, seksuele uitbuiting en misbruik hoog op de agenda en maak je hard voor dit onderwerp. Vrouwen en mannen die in de prostitutie werken zijn kwetsbaar. Zij zijn niet geholpen als opiniemakers en politici hun mening niet kunnen geven zonder publiekelijk te worden gelyncht.