chat

Soms heeft het zo moeten zijn

Gepubliceerd op 9 januari 2020
Soms heeft het zo moeten zijn

Heel af en toe ben je getuige van een mooie ontmoeting. Eentje die niet gepland was, maar zomaar plaatsvindt en tot iets bijzonders leidt. Recent organiseerden wij in Rotterdam een bijeenkomst voor onze Rotterdamse vrijwilligers; om ze in het zonnetje te zetten en persoonlijk te bedanken voor de aandacht, liefde en ondersteuning die ze gedurende het jaar hebben geboden aan de cliënten van Fier. Het gaf ons, als team Maatschappelijke Participatie, ook de kans om ze de gloednieuwe Blooming Bakery te laten zien en te laten proeven van alle heerlijks dat de meiden en vrouwen in Rotterdam onder de bezielende begeleiding van Dion Kesling hebben gebakken. Het is geweldig om te zien hoe snel de meiden en vrouwen zich ontwikkelen; de prachtige producten zijn daar het bewijs van.

Toch lukt er ook wel eens iets wat minder goed. Praktische omstandigheden zitten soms in de weg, waardoor het niet voor iedereen even vanzelfsprekend is om de kans te kunnen grijpen om mee te werken in de Blooming Bakery. Zo was er onze cliënt D. die al voor de opening van de bakkerij had aangegeven heel graag mee te doen. Op de groep staat zij bekend als ‘masterchef’, koken en bakken zijn haar passie. Echter, doordat zij fulltime zorgt voor haar 11 maanden oude zoontje en er in Rotterdam geen opvanggelegenheid voor jonge kinderen is, was het voor haar onmogelijk om zomaar een paar uur van de groep weg te gaan om haar passie en talent te ontplooien. Het verhaal van D. raakte mij diep. Voor deze moeder lag de kans om zich te ontwikkelen, om te werken aan haar zelfvertrouwen en zelfredzaamheid, terwijl ze zich kan bekwamen in hetgeen zij echt graag doet, binnen handbereik. Andere vrouwen van haar groep gingen wekelijks aan de slag, maar zij zat klem. Als ik me al gefrustreerd voelde over de situatie, hoe was het dan wel niet voor haar?

Op de dag van de vrijwilligersbijeenkomst liep ik nog even naar boven langs de groepen, om alle cliënten en begeleiders die zin hadden uit te nodigen om ook even langs te komen in de bakkerij. Veel meiden waren op verlof, anderen waren bezig of hadden gewoon niet zo’n zin. Maar wie er wel naar beneden kwam was D., met haar zoontje op de arm. Een beetje verlegen en onwennig kwam ze kijken naar de plek waar ze zo graag deel van uit wilde maken. En toen gebeurde het. Een nieuwe vrijwilliger, die eerder had aangegeven niet aanwezig te kunnen zijn tijdens de bijeenkomst, had toch tijd vrijgemaakt. Tijdens mijn intakegesprek met haar had ik al gemerkt dat zij heel liefdevol en rustig was, en zij had aangegeven open te staan voor het idee om tijd door te brengen met kinderen.

Toeval? Nee, daar geloof ik niet in. Ik ben direct naar haar toegelopen en heb haar het verhaal van D. verteld. De vrijwilliger gaf aan graag kennis te maken om te zien of er een klik zou zijn tussen haar en het jongetje. Zo deed zich dus heel spontaan en ongedwongen de gelegenheid voor om D. voor te stellen aan deze vrijwilliger. Na enige aarzeling voelde het voor haar vertrouwd genoeg om haar zoontje aan de vrijwilliger te geven, die hem op de arm nam. We keken allemaal met enige spanning toe, maar wat er gebeurde was prachtig. Het kleine ventje was in het begin nog erg aan het kijken naar waar zijn moeder was, maar na enige tijd durfde moeder het aan om even uit zijn gezichtsveld weg te lopen. En dat ging goed! Na een tijdje was het ventje zelfs aan het knuffelen met de vrijwilliger, die heel lief en zachtjes tegen hem praatte. Ik mocht er getuige van zijn hoe D. steeds meer ontspande, en de zorg over haar zoontje aan iemand anders durfde over te geven.

Nu, bijna een week later, is het zover. De vrijwilliger gaat voor de eerste keer echt voor het jongetje zorgen op de groep, en D. gaat aan de slag in de bakkerij! Wat voor de ene moeder een klein gebaar is, betekent voor de ander de kans op een nieuw begin.
 
Noor Winckel
Team Maatschappelijke Participatie Rotterdam

 

Deel dit artikel:

Lees meer