chat

Handelen met voorkennis

Gepubliceerd op 31 januari 2020
Handelen met voorkennis

Benjamin was één jaar oud toen hij een pot kokendhete thee over zijn lijfje kreeg. Hij werd onmiddellijk afgevoerd naar het brandwondencentrum in Beverwijk en kreeg per direct de hulp die hij nodig had. Er stonden specialisten naast zijn bed die diagnoses stelden, zijn toestand monitorden, iedere dag zijn verband verschoonden en nieuwe repen huid plaatsten. Met Benjamin gaat het inmiddels heel erg goed. De pijn is weg, de wonden zijn geheeld en als zestienjarige doet hij een opleiding in de techniek.

Dan het verhaal van Roos. Zij was één toen ze uit huis werd geplaatst. Haar moeder was alcoholverslaafd en kon niet goed voor haar zorgen. Ondertussen werd het meisje door haar oom misbruikt. Roos ging van pleeggezin naar pleeggezin, van tehuis naar tehuis, van instelling naar instelling. Nergens ging het goed met haar. Nergens konden of wilden ze haar houden. Roos ontwikkelde gedragsproblemen, begon zichzelf in haar armen en benen te snijden. Ze stopte met school en kreeg een fout vriendje. Roos is nu zeventien jaar oud en heeft op vijftien verschillende plekken gewoond. Inderdaad: ieder jaar een nieuw ‘thuis’.

Roos is nu bij Fier en we zien een zeer beschadigde en getraumatiseerde jonge meid. Een verrassing? Absoluut niet. Roos werd zeventien jaar lang van plek naar plek verhuisd, zodat ze nergens echt kon aarden, zich continu alleen en onveilig voelde en het vertrouwen in volwassenen verloor. Bovendien kreeg ze niet de specialistische hulp die ze als zwaar getraumatiseerd kind nodig had.

Waarom kreeg Benjamin wél de hulp die hij nodig had en Roos niet? Die vraag vind ik onmogelijk te beantwoorden, terwijl ik tegelijkertijd het antwoord heel goed weet: er wordt in Nederland onvoldoende geïnvesteerd in deze kinderen, zowel qua financiën als expertise.

Ik noem de analogie met het brandwondencentrum wel vaker. Als je ernstige brandwonden oploopt, ga je niet naar het streekziekenhuis. Dan word je opgenomen in één van de specialistische brandwondencentra in Nederland. Want dáár zit de expertise. Dáár weten ze hoe te handelen bij dit soort letsel. Dáár weten ze nog grotere schade te voorkomen.
Waarom doen we dit niet ook bij interne ‘brandwonden’? Waarom is het zo lastig om in Nederland geld bijeen te krijgen voor de meest getraumatiseerde en beschadigde kinderen? Zeker als we weten dat: hoe ernstiger het trauma, hoe groter de kans op een groot scala aan problemen op latere leeftijd én hoe hoger de kosten voor de maatschappij. We wéten het, maar waarom handelen we er niet naar?  

Kinderen als Roos, met een geschiedenis van misbruik, geweld en verwaarlozing, krijgen nu vaak niet de hulp die ze zo hard nodig hebben. In plaats daarvan wordt er pas ingegrepen als hun gedrag niet meer lekker in de pas loopt. Als ze agressief worden, angstig, depressief, of opnieuw slachtoffer. Als ze hun school niet afmaken, verslaafd raken, in foute netwerken terechtkomen, suïcidaal worden of een eetstoornis ontwikkelen. We noemen dit pain-based behaviour: gedrag gebaseerd op pijn. Geestelijke pijn. Pijn van het misbruik dat ze meemaakten, van het geweld en de verwaarlozing.

Niet zelden worden de problemen van deze kwetsbare minderjarigen groter in de jeugdhulp. Omdat men zich onvoldoende afvraagt waar hun buitensporige gedrag vandaan komt. Waarom zijn ze zo boos? Zo agressief? Zo angstig of verdrietig? Waarom lukt het ze maar niet om vertrouwen te hebben in anderen? Het verhaal van deze kinderen eindigt vaak op de lopende band van de gesloten jeugdzorg, waar naar het achterliggende trauma vaak niet wordt gekeken. We sluiten deze kinderen op omdat we niet weten wat we anders met ze aan moeten. Ze belanden in een cyclus van dwang, overplaatsing, separatie en escalatie. Niet precies wat je voor je eigen kind zou willen, toch?

In mijn gedroomde wereld gaan we ook voor deze kinderen volgens het brandwondenprincipe werken. Met een paar landelijke expertisecentra, verspreid over Nederland, die klaarstaan zodra een kind ernstig getraumatiseerd raakt. Een plek waar deskundige professionals een diagnose kunnen stellen en weten hoe te handelen. Een plek waar grotere schade voorkomen kan worden.

Vanuit Fier willen we heel graag de krachten bundelen met andere experts op het gebied van ernstig huiselijk geweld, misbruik, uitbuiting en verwaarlozing. Om samen de expertise te bieden die kinderen als Roos nodig hebben. Net als warmte en veiligheid. Omdat dát is wat ze verdienen. Moeilijk hoeft het niet te zijn, als er maar middelen beschikbaar komen. Ik wil de overheid met klem vragen om hier werk van te maken, om financiering beschikbaar te stellen voor zo’n expertisecentrum. Want mensen, het gaat niet goed met onze beschadigde kinderen.

We hebben de kennis. Laten we nu handelen. Handelen met voorkennis; in dit geval mag het.

Linda Terpstra

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier; landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad.

> bekijk de gepubliceerde column in Friesch Dagblad, dd. 31 januari 2020