chat

‘Het was een vreselijke dag'

Gepubliceerd op 5 juli 2019
‘Het was een vreselijke dag'

Renald Majoor (35) werd op zijn twaalfde misbruikt door zijn teamleider in de jeugdopleiding van voetbalclub Vitesse. Twintig jaar lang zweeg hij. Nu heeft Renald een eigen stichting waarmee hij wil zorgen voor een veilig sportklimaat. In het Fiermagazine vertelt hij zijn verhaal.

‘Ze zeggen dat het een mooi land is, Haïti, maar ik herinner me er weinig van. Samen met mijn broer woonde ik in een kindertehuis in de sloppenwijken van Port-au-Prince. We waren beschadigd en verwaarloosd en door mijn moeder afgestaan voor adoptie. Ik was drie jaar oud toen ik op Schiphol landde en kennismaakte met mijn nieuwe familie; een moeder, een vader en twee zusjes.

Ineens was daar dat vreemde gezin dat ons liefde wilde geven. Bij mijn broer lukte dat, bij mij niet. De schok van de adoptie was voor mij te groot en ik had moeite met mijn nieuwe moeder. Ik wilde haar liefde niet. Als ze me bij haar op schoot trok, verstijfde ik, vol afkeer. Ik zocht ruzie, werd agressief, vernielde dingen, totdat ik op mijn achtste uit huis werd geplaatst. Ik ging naar een gezinshuis in Barneveld.

Het was daar dat ik een brief kreeg van voetbalclub Vitesse. Ze hadden me gescout. Ik was inmiddels twaalf jaar oud en ik leefde voor het voetbal. Hoe slecht het ook met me ging, voetballen deed ik altijd en overal. Die brief was een bevestiging: zie je wel, ik kan iets van mijn leven maken. Een erkenning ook: ik was ergens goed in en dat werd gezien door de buitenwereld. Ik was dolblij en tot op het bot gemotiveerd. De hele vakantie trainde ik om fit te zijn. Dat ik bij Vitesse mocht komen voetballen was een droom die uitkwam.

Walhalla

Edward Sturing werd mijn trainer, een andere man was leider van het team. Die maakte de planning en bekommerde zich om de spelers. Omdat het voor mij als jochie best een heel eind was van het gezinshuis in Barneveld naar de voetbalclub in Arnhem, stelde hij voor dat ik af en toe bij hem kon logeren. Ook een andere jongen uit een hoger elftal sliep wel eens bij hem, dus ik zag er geen enkel kwaad in. Bovendien: ik was daar, bij Vitesse, een walhalla. Dit was de wereld waar het om draaide, dit waren de mensen die mij wilden helpen en die ik kon vertrouwen.
Achteraf bezien was ik het ideale slachtoffer. Ik was in die periode beleefd en stil, woonde in een tehuis. Ik was kwetsbaar.

De eerste twee keren dat ik bij de teamleider logeerde was het leuk, gezellig zelfs. Na de training nog even wat drinken en dan vroeg naar bed. Maar de derde keer ging het fout. Ik zou er vijf dagen blijven, samen met een andere jongen. Maar die vertrok een dag eerder. Daar schrok ik wel even van: ik, als jonge jongen, met een veel oudere man in dat huis… Maar ik dacht ook: ik blijf, het zal wel oké zijn.

'Achteraf bezien was ik het ideale slachtoffer. Stil, beleefd, kwetsbaar.'

Het werd een vreselijke dag.

Ik was op de bank televisie aan het kijken - we hadden net getraind en ik was moe - toen mijn teamleider naast me ging zitten, heel dichtbij. De gordijnen had hij vlak daarvoor dichtgedaan. Ondanks dat ik het ongemakkelijk vond, bleef ik zitten, ook toen hij me begon aan te raken. Ik zat daar, totaal verstijfd. Hij maande me te gaan liggen en pakte een handdoek uit de keuken die hij over mijn gezicht legde. Daarna trok hij mijn broek uit, betastte me en ging verder... Toen ik overeind kwam, schrok hij. Razendsnel verdween hij richting de keuken. Ik trok m’n broek omhoog, wilde weg, maar dat kon niet. Mijn teamleider had de deuren op slot gedraaid en me ingesloten. Hij wist dondersgoed: ik zit fout. Hij wilde niet dat ik in deze toestand naar iemand anders zou gaan.

De hele nacht heb ik wakker gelegen. In de war. Bang. Huilend. En maar nadenken: wat is er gebeurd? Hoort dit erbij op de voetbalclub? Wat heb ik verkeerd gedaan? Wat had ik kunnen doen? Ik wist het niet.

Ook de dag erna wilde mijn teamleider me niet laten gaan. Ik moest met hem mee om boodschappen te halen. Daarna reden we naar de club omdat ik nog een wedstrijd had. Onderweg zei hij tegen me: we zullen het toch het hele seizoen met elkaar moeten doen. Ik zei niets terug. Ik kon het niet.

We wonnen de wedstrijd, ik scoorde zelfs. Toen ik na de wedstrijd naar mijn trainer toeging om hem te bedanken, keek de teamleider me van een afstandje dwingend aan. Zijn ogen zeiden genoeg: je houdt je mond.

Opgebrand

Ik bleef zwijgen, ook toen we het weekend erna met ons gezinshuis op vakantie naar de Ardennen gingen. Het viel de begeleiding gelijk op dat ik zo rustig was. Ze vroegen me wat er was, maar ik gaf geen antwoord - vreselijk bang dat dit het einde was van mijn carrière bij Vitesse. Terug in Barneveld knakte ik. Ik huilde, maar zei nog altijd niets. Mijn mentor begon me vragen te stellen en zo ontrafelde hij stukje bij beetje het verhaal. Heeft hij je aangeraakt? Ja. Heeft hij je betast? Ja. Toen wist hij hoe laat het was. Mijn ouders werden ingeschakeld, er werd aangifte gedaan. Tegen de club moest ik zeggen dat ik ziek was.
Toen de trainer na een paar dagen belde om te vragen hoe het met me ging, werd ook hij ingelicht. De teamleider werd op non-actief gezet en later veroordeeld tot zes weken voorwaardelijke gevangenisstraf. De club organiseerde een ouderavond, maar hield de situatie verder stil. Uit bescherming voor mij, maar ook omdat Vitesse natuurlijk niet met zo’n verhaal in het nieuws wilde.

Zelf wilde ik vooral gewoon weer voetballen. Ik liep twee weken achter op de rest en begon weer te trainen. Dat was het. Nooit sprak ik meer over wat er was gebeurd. Ik speelde een goed seizoen, maar er was wel iets binnenin me kapotgemaakt. Ieder jaar kreeg ik een inzinking. Mentaal. Dan kwam alles weer boven, het gezicht van die teamleider, de dingen die hij bij me had gedaan… Maar ik wilde niet zeuren en hield mijn gevoelens voor me. Ondertussen werd voetballen steeds zwaarder, een worsteling zelfs. Ik maakte kans om in het eerste elftal te spelen, maar ik kon het niet meer opbrengen. Mijn grote droom was voorbij, ik stopte met voetbal. Ik was achttien jaar oud en opgebrand.
Ik ging terug naar mijn ouders. Niet langer onder de vleugels van de club, niet langer in het gezinshuis, maar weer thuis. Ik startte met een koksopleiding en haalde mijn diploma.

Dit ben ik

Twintig jaar lang heb ik gezwegen over waarom ik stopte bij Vitesse, maar al die tijd droeg ik de pijn met me mee. In 2016 kreeg ik de diagnose posttraumatische stressstoornis. Ik had last van slapeloosheid, flashbacks, huilbuien, onophoudelijke gedachtestromen. De adoptie, de problemen thuis, het misbruik. Ineens besefte ik wat me allemaal was overkomen. Ik kreeg EMDR om mijn trauma te behandelen en dat hielp redelijk. Later dat jaar kwamen er geluiden uit de Engelse voetbalwereld. Topvoetballers die in hun jeugd misbruikt waren, zochten de media. Ik las erover en ik dacht: dit ben ik. Dit is mijn verhaal. Ik had altijd gedacht dat ik de enige was, maar ineens kwamen er veel meer verhalen naar buiten, ook in Nederland, van onder anderen wielrenster Marijn de Vries. Dit was voor mij het moment om ook naar buiten te treden. Eindelijk gehoor, eindelijk erkenning. Het was een grote opluchting.

De stilte verbroken

In 2017 heb ik mijn eigen stichting opgezet, De Stilte Verbroken, waarbij ik veel steun krijg van prominenten en van mijn oude club Vitesse. Ik wil een meldpunt zijn, een luisterend oor voor slachtoffers, maar ook een kennisbank en een aanjager van de strijd tegen misbruik en intimidatie. Ik wil ervoor zorgen dat sportclubs zich meer bewust zijn van dit thema en er actief mee aan de slag gaan. Want misbruik maakt alles kapot.

Zo af en toe vraag ik het me nog af: had ik daar kunnen staan? In de Eredivisie, in het Nederlands elftal? Dan zie ik de jongens op televisie die het wel hebben gered in het profvoetbal. Jongens met wie ik bij Vitesse speelde, zoals Nicky Hofs en Stijn Schaars. Had ik daar gestaan als mijn teamleider me niet had misbruikt? Die vraag wordt nooit beantwoord. Gelukkig heb ik mijn verleden inmiddels een plekje kunnen geven. Het heeft me strijdbaar gemaakt, ervoor gezorgd dat ik er nu kan zijn voor andere slachtoffers. Ja, dit is mij aangedaan, en het was vreselijk, maar ik leef nog.’

www.destilteverbroken.nl

Misbruik in de sport

Twaalf procent van de Nederlandse volwassenen die als kind aan sport deden, heeft op zijn minst één ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vier procent van deze volwassenen rapporteert ernstige vormen van seksueel misbruik (aanranding en verkrachting). De leeftijd waarop de eerste ervaring met seksuele intimidatie en misbruik plaatsvond, ligt bij 76 procent van de gevallen onder de leeftijd van 16 jaar.

Bron: Rapport Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, 2017.

Gerelateerde artikelen

'Van hoe ver je ook moet komen, je kunt dit'

Toen ik 10 jaar geleden bij Fier terecht kwam was er niemand die dacht dat ik ooit mijn "shit together" zou krijgen. Ik was in de problemen gekomen en via mijn reclasseringsambtenaar was ik bij Fier t...

Lees meer

Printcampagne tegen jongensuitbuiting

Printcampagne tegen jongensuitbuiting

'Dagelijks worden in Nederland zo’n 1500 minderjarige jongens  misbruikt, geronseld, mishandeld en bedreigd. Een verborgen probleem dat in stand wordt gehouden door angst, schaamte en t...

Lees meer

Op zoek

Op zoek

Jitske is lid van de Cliëntenraad. Voor de website van Fier schrijft ze blogs.

Lees meer