Hoe meer misbruik, hoe groter de loyaliteit

Gepubliceerd op 22 november 2019
Hoe meer misbruik, hoe groter de loyaliteit

Eén op de drie jongeren die opgroeit met huiselijk geweld, gebruikt later zelf geweld tegen zijn of haar kinderen. De geweldspiraal gaat van generatie op generatie over. ‘We kunnen die spiraal alleen doorbreken als we de jongere als onderdeel van zijn omgeving zien', vertelt Jaco de Rapper in het vakblad Zorg en Welzijn. Hij is gedragswetenschapper, systeemtherapeut en manager bij Fier. ‘Je moet ouders en soms zelfs grootouders bij de behandeling betrekken.’

De cijfers liegen er niet om. Een derde van de jongeren die huiselijk geweld meemaakt, zet deze traditie voort, een op de zes pleegt ook geweld buiten het gezin en een op de acht jongens vertoont seksueel grensoverschrijdend gedrag. ‘We noemen dat laatste zo omdat deze cliënten vaak zelf niet weten dat zij zich schuldig maken aan misbruik. Dat is een volwassen term. Ze hebben van huis uit die norm niet meegekregen, kennen de grenzen niet’, aldus De Rapper. Hij is gedragswetenschapper, systeemtherapeut en manager bij Fier, landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. ‘Deze ernstige cijfers komen uit diverse onderzoeken naar voren. Er wordt verdiepend onderzoek gedaan naar hoe en waarom dit gebeurt. Waarom komt de een wel los van die geweldspiraal en de ander niet? Wat zijn de beschermende en beschadigende factoren?’

Contextueel

De Rapper volgt bij zijn werk de contextuele benadering, het gedachtegoed van wijlen prof. Ivan Boszormenyi-Nagy. ‘Als een jongere bij Fier binnenkomt, beginnen we met normaliseren en stabiliseren. We kijken niet alleen wat het probleem is, naar de ernst van het trauma, de duur, de lengte en de ernst ervan, maar we kijken ook wie die jongere is. Welke ideeën, wensen, dromen, interesses heeft hij of zij? We realiseren een veilige setting, geven structuur en bieden therapie. We willen dat de jongere vertrouwen krijgt in zichzelf en in ons.’

Familie betrekken

De Rapper vervolgt: ‘Bij gesprekken betrekken we ook de familie. Voor ons is de cliënt belangrijk, maar ook iedereen die met hem of haar verbonden is. Wat er ook is gebeurd, het ontwricht het hele systeem. Daarom zie ik het liefst bij de intake meteen de ouders en soms later ook de grootouders. We geven hen het gevoel dat zij belangrijk zijn en erkennen dat zij de meeste deskundigheid van het kind hebben. Ik wil weten waar het kind vandaan komt. Vaak zijn ouders blind voor het onrecht dat zij hun kind aandoen. Het gebeurt soms uit onmacht omdat het niet lukt om goed voor het kind te zorgen. Daarom is het belangrijk om ook te weten wat er is gebeurd in hun leven.’

Generaties

Misbruik en geweld worden vaak intergenerationeel overgedragen. De Rapper noemt het de roulerende rekening. ‘Een soort grootboek van wat je geeft en ontvangt. Dat kan generatieslang uit balans zijn. Ouders hebben zelf misbruik meegemaakt, zijn liefde tekortgekomen en geven die rekening door aan hun kinderen.’

Doodknuffelen

Hij beschrijft een casus. ‘Een Turkse, homoseksuele zeventienjarige jongen woonde bij zijn moeder. De situatie escaleerde toen hij uit de kast kwam. Zijn moeder raakte helemaal overstuur en schopte hem het huis uit. We praten met de jongen en zijn moeder, die hem nu terug wil en hem als een klein kind bijna doodknuffelt. Dat doodknuffelen is ook een vorm van verwaarlozing, want zij doet dat vooral voor zichzelf. Zo’n situatie moet je vanuit de systeemaanpak bekijken. De moeder verloor haar ouders jong, moest in Turkije voor broers en zusjes zorgen, kwam alleen naar Nederland en trouwde hier een gewelddadige man. Zowel de man als zij sloegen mijn cliënt. Een voorbeeld van een roulerende rekening. De moeder is liefde en aandacht tekortgekomen en leunt daarop bij haar benadering van de jongen. Wat we willen voorkomen is dat deze spiraal verder gaat.’

Loyaliteit

Wat hulpverleners vooral niet moeten doen, is de ouders aanvallen en afkeuren. De feiten moeten worden benoemd, maar volgens De Rapper zit de loyaliteit aan de ouders heel diep bij kinderen. ‘Hoe meer misbruik, hoe groter de loyaliteit. Hoe dat te verklaren is? Het gaat niet om je loyaal voelen, maar loyaal zijn. Je weet dat je vader een monster is, maar als iemand op school iets negatiefs zegt over hem ga je toch voor hem vechten. Bloedverwantschap is sterk, zonder hen zou je hier niet zijn. Als hulpverlener moeten we ook niet doen alsof we het kind uit de klauwen van het monster willen redden. Dat is een heilloze weg, dan keert het kind zich tegen je.’

Timing

Hoe pak je het wel aan? ‘Erken de gevoelens van het kind, benoem dat het daar recht op heeft en praat misbruik nooit goed. In het geval van de Turkse jongen leg ik uit: het is nog te moeilijk voor je moeder om te accepteren dat je homoseksueel bent. Ik vraag hem: hoe kunnen we je moeder helpen? Het gaat ook om timing. Soms is een pauze in het contact goed, want de jongere heeft recht op autonomie. Maar wijs de ouder niet af, kies niet voor de breuk. Houd hoop.’

Beschadigende en beschermende factoren

Werkt de contextuele benadering om de misbruikspiraal te doorbreken? ‘Het ligt aan de cliënt en de situatie; intelligentie, persoonlijkheid, sociale omgeving, werk, school, partner. Er zijn beschadigende en beschermende factoren. Als je in het gesprek met ouders en grootouders ontdekt waardoor de balans verstoord is, kan die wetenschap de druk verlichten voor de jongere. Het plaatst de problematiek in de context, het zit immers niet alleen in hem.’

Vertrouwen herstellen

Bij gesprekken met de familie is de insteek niet om verhaal te halen voor de cliënt. ‘Ik kijk wel of ouders en grootouders in staat zijn om te begrijpen wat er mis is gegaan, of ze in staat zijn om spijt te hebben. Als zij zwaar leunen op “het ligt aan de ander”, dan concludeer ik met de cliënt dat het te confronterend voor hen is. Ik blijf wel pogingen doen om te voorkomen dat een jongere zonder familie en beschadigd door het leven gaat. Het levert veel op als je het vertrouwen kunt herstellen in zichzelf en in het leven.’

Neutrale houding

De Rapper benadrukt dat systeemtherapie een neutrale houding van de hulpverlener vergt. ‘Het vraagt meerzijdige partijdigheid. Je moet achter de belangen van iedereen staan, niet alleen achter die van je cliënt. Dat is lastig. Als systeemtherapeut moet je daarom ook bij jezelf beginnen. Onderzoek bij jezelf: wat speelt er vanuit jouw gezin van herkomst door in je leven, niet alleen mooie dingen, maar ook dingen die je liever anders had gezien. Intervisie is belangrijk. Als je zelf al tien jaar geen contact meer met je vader hebt, kun je je afvragen of je wel een geschikte hulpverlener bent bij een verstoorde ouder-kind relatie.’

Complex

Voor de Turkse jongen zijn de problemen nog niet opgelost. ‘Afgesproken was dat de cliënt een weekend naar huis zou gaan. Moeder kondigde aan dat zij hem van de trein ging halen, want ze wilde met hem als een soort verloren zoon door de straat lopen. De jongere besloot op het laatste moment om niet te gaan. Zijn moeder kookte toch een grote maaltijd voor hem, nodigde mensen uit, voor het geval hij zich zou bedenken. Complex dus. Ik blijf aanknopingspunten zoeken in de gesprekken met moeder, geef haar ook erkenning. Ik zoek een link met haar zoon. Ik vertel haar dat zij veel alleen heeft moeten doen in haar leven en dat haar zoon in dezelfde situatie zit; ook hij moet alleen verder. Ik vraag haar of zij hem kan helpen met haar ervaring, maar het blijft een moeilijke relatie.’

Lang begeleiden

De nijpende financiële situatie in de jeugdzorg maakt het niet gemakkelijker, aldus De Rapper. ‘Jeugdzorg staat onder zware druk en ik vind dat er nu onvoldoende tijd en geld is om zo’n gezin te blijven volgen. Het is belangrijk om complexe gezinnen lang te begeleiden zodat we een volgende crisis kunnen voorkomen. Je moet niet zodra het acute probleem is opgelost, de casus afsluiten. Ik blijf hoopvol dat de spiraal wordt doorbroken. Soms zie je toch dat een band wordt hersteld, er iets liefdevols ontstaat en de jongere opbloeit. En dat is toch uiteindelijk het doel; dat we voorkomen dat de volgende generatie de rekening gepresenteerd krijgt.’

Bovenstaand artikel is op 14 november 2019 gepubliceerd in Zorg en Welzijn; het maandelijkse vakblad voor werknemers in de sociale sector in Nederland.

> lees het originele artikel van Zorg en Welzijn