chat

In twee weken van je trauma af!

Gepubliceerd op 18 mei 2021
In twee weken van je trauma af!

Wytske Versteeg is schrijfster en vrijwilligster bij Fier. Zij schreef onderstaande column over (intensieve) traumabehandeling.

Wie het nieuws over traumabehandeling ook maar zijdelings volgt, zal de juichende berichten hebben gezien. ‘Het lijkt wel tovenarij’, kopte het Brabants Dagblad over de nieuwe specialistische intensieve trauma-therapie  (SITT), waarmee patiënten ‘in twee weken tijd veel meer hebben bereikt dan in vele tobberige jaren met tig therapieën daarvoor’. Dat is natuurlijk geweldig nieuws. Ik gun die patiënten de herwonnen vrijheid en vrolijkheid van harte, te meer omdat ik zelf goed weet hoeveel getob een trauma op kan leveren en hoeveel moeite het kan kosten om daar ook maar min of meer van los te komen. Bovendien is de reguliere geestelijke gezondheidszorg van oudsher niet erg sterk in het (h)erkennen van de kracht van patiënten: in het zien van alles wat iemand wel kan, of kan leren of juist door al die pijn al heeft geleerd, en in de veerkracht die dat op kan leveren. Ook in dat opzicht kan deze nieuwe trend misschien geen kwaad.     

Maar toch maken die juichende berichten me onrustig. Een van de principes van deze behandeling is dat je intern verblijft en het trauma dus niet kunt ontvluchten, dat er niet wordt gewacht tot je stabiel genoeg zou zijn voor zo’n openleggende therapie. Zelf weet ik vrij zeker dat ik dat niet aan zou kunnen. Dat had ik sowieso niet gekund toen ik voor het eerst professionele hulp zocht, en dat kan ik nu, na jaren therapie - en ja, die waren inderdaad vaak tobberig - nog steeds niet. Het gevoel van falen dat daar soms bij komt kijken, wordt versterkt door dit soort berichten. Als die mensen ‘het’ blijkbaar in twee weken kunnen, waarom ik dan niet? Is dat iets zwaks in mij, een gehechtheid aan problemen, ben ik te afhankelijk van de geweldige therapeut die ik pas na veel mislukte therapiepogingen vond? Ben ik niet hard genoeg voor mezelf?

Het eerlijke antwoord op die vragen, het antwoord dat ik kan geven als ik me daarvoor goed genoeg voel: de tijd die ik nodig heb is de tijd die ik nodig heb. Omdat er zo’n beetje vanaf het begin van mijn leven van alles is scheefgegroeid en daarna is doorgegaan met dichtgroeien. Het kost tijd om dat ook maar min of meer te ontwarren. Niet zozeer om alles van vroeger te beseffen of te begrijpen, maar gewoon om met dat alles te leren leven. Om ook maar een beetje te kunnen ademen, iets vrijer te bewegen - om juist iets minder hard te zijn. Dat lukt me, na al die jaren, stukken beter - maar nog steeds lang niet altijd. Maar cruciaal voor wat er is veranderd, was de tijd om te leren vertrouwen. De tijd die ervoor nodig was om überhaupt met een therapeut in dezelfde kamer te zitten, zonder dat dat aanvoelde als levensbedreigend. 

Ik had en heb die tijd, nu wel. Domweg omdat ik altijd heb kunnen werken en deze therapie, de eerste die me helpt, dus zelf kan betalen. Maar die luxe heeft lang niet iedereen. En uiteindelijk is dat waarvan ik bang word, door al die juichende berichten. Dat het lang niet kan duren voordat iemand in financieringsland ze ook opmerkt, en er vooral een nieuwe mogelijkheid in ziet om te bezuinigen. Dat dat de vraag is die binnenkort wordt voorgelegd aan al die anderen voor wie aan het begin van hun leven van alles is scheefgegroeid en daarna is doorgegaan met dichtgroeien, en aan de behandelaren die zich ervoor inzetten om hen te helpen. ‘Deze behandeling helpt in twee weken. Dus waarom ben jij nog steeds niet van je trauma af?’

Na in haar jeugd slachtoffer te zijn geweest van misbruik, schrijft Wytske Versteeg een autobiografisch boek: Verdwijnpunt. Hier vertelt ze over haar ervaring en de verwerking van de gevolgen van het misbruik. Naast schrijfster is Wytske Versteeg vrijwilliger bij Fier Rotterdam-Rijnmond, waar ze onder andere huiswerkbegeleiding geeft en maatje is van een aantal meiden. Zij is zeer betrokken bij Fier en vindt het belangrijk om onze benadering ten aanzien van traumabehandeling en de terugkeer naar de maatschappij onder de aandacht te brengen.

Gerelateerde artikelen