Mijn hart ligt bij de cliënt

Gepubliceerd op 14 november 2018
Mijn hart ligt bij de cliënt

Verpleegkundig specialist Sam van Looyengoed blogt over haar werk bij Fier.
 

Van alles wat ik tot nog toe bij Fier heb gedaan, is werken met cliënten het liefste wat ik doe. Eerder had ik vooral leidinggevende functies: manager, teamleider en projectleider. Tot op een dag mijn man tegen me zei: “Goh Sam, op vrijdags ben je de leukste vrouw.” Best een compliment natuurlijk, maar wel wat weinig als de week zeven dagen heeft. Wat hij bedoelde was dat ik aan het eind van de werkweek pas ‘met m’n hart thuiskom’. Voor mij een teken dat ik misschien wel geen manager moest zijn, maar vaker cliënten wilde behandelen. Want dat deed ik toen alleen nog op vrijdag. Zo ging bij mij drie jaar geleden het roer om en ben ik weer terug bij waar mijn hart ligt: de cliënt.
 
Als oude rot in het vak denk je het al snel te weten. Met al mijn kennis en ervaring heb ik geleerd om je niet arrogant op te stellen. Juist door in te tunen op het niveau van de cliënt kom je tot het stellen van de echte vragen. Iemand echt snappen, niet alleen zijn ziektebeeld in kaart willen brengen omwille van de diagnose, maar je verdiepen in de hele mens. Dat is voor mij contact leggen; daar ligt het beginpunt van onze zorg. Zorg is namelijk meer dan een interventie aanbieden, het is vooral eerst aansluiting krijgen met de cliënt.  Als je alleen kunt denken in zorgpaden dan zie je andere aspecten over het hoofd, die onderliggend kunnen zijn aan het probleem dat je wilt aanpakken.
 
Wij Westerlingen zijn wel erg direct in onze benadering. Voor mensen uit andere culturen doen we minder moeite om ‘inpakkerig’ te zijn. Enkel een gesprekje, gebaseerd op een vragenlijst, is veel te kaal. Je moet ook iets van jezelf durven blootgeven. Hoe je met iemand contact maakt is meer dan alleen het verhaal aanhoren. Je kunt gerust vragen naar waar iemand vandaan komt, maar toon dan ook interesse in hoe de wereld er daar uitzag. Met wie ging ze daar om, wie maakten deel uit van het gezin. De namen van ouders hardop horen uitspreken en dan letten op de fonkeling in iemands ogen. Daarmee raak je de ander, wat jou ook weer raakt. 
 
Hoe ik met onze cliënten omgaan? Gewoon, door in gesprek te gaan. Ik zoek aansluiting. Neem de tijd om contact te maken met de mens. Achterhalen hoe het met iemand gaat. Dat lukt prima als je uitlegt wat er allemaal in het hoofd van een cliënt kan spelen. Ook al spreek je elkaars taal niet. Zijn er soms gedachten die niet te stoppen zijn? Blijven er gevoelens van angst en zorgen terugkomen? Dit zijn universele signalen om samen met de cliënt een behandelrelatie op te kunnen bouwen. Dit maakt van mij een mensen-mens.   
 
En ik ben verzot op leren. In mijn vak blijven ontdekken en mezelf vernieuwen. Want dat ik werk als GGZ-verpleegkundig specialist –en ooit gekozen heb voor het psychiatrische specialisme- komt omdat ik ben opgegroeid in een gezin met drie vrouwen die lang in de psychiatrie hadden gezeten. Mijn moeder bood bij ons thuis thuiszorg aan cliënten van een instelling in Ermelo. Daar wilde ik meer van begrijpen. Mijn grote drijfveer? Mensen van hun klachten afhelpen. Zorgen dat ze weer kunnen meedoen in de maatschappij. Je wandelt een periode met iemand mee en dan laat je elkaar gaan: de zorg is geslaagd als je elkaar aankijkt en weet: we zijn er!