Onderzoek naar hulpverlening aan slachtoffers loverboys

Gepubliceerd op 16 mei 2019
Onderzoek naar hulpverlening aan slachtoffers loverboys

Fier werkt mee aan een driejarig onderzoek naar de effectiviteit en de onderlinge samenwerking bij hulp aan meisjes die (mogelijk) slachtoffer zijn van een loverboy. Aan het onderzoek ‘Een goede toekomst: onderzoek naar een geslaagde trajectbenadering voor slachtoffers van loverboys’ werken naast verschillende onderzoeks- kennisinstituten zoals Praktikon, de Open Universiteit, de Hogeschool Leiden, het Verwey-Jonker Instituut en het Nederlands Jeugdinstituut, ook andere praktijkorganisaties mee, zoals Via Icarus, Via Almata en Sterk Huis (Tilburg). ZonMW honoreerde in december 2018 de aanvraag voor het driejarige onderzoek.

Aanleiding

Meisjes die (mogelijk) slachtoffer van een loverboy zijn of dreigen te worden, leggen vaak een lang en moeilijk traject af om hun leven weer in eigen hand te krijgen. Ze hebben met verschillende instanties te maken, bijvoorbeeld voor psychische hulp, woonbegeleiding of op school. De hulp voor deze meisjes komt vaak te laat of is onvoldoende. Goede behandeling en begeleiding is nodig om weer een normaal leven te leiden. Velen worden na behandeling opnieuw slachtoffer of lopen vast in het dagelijks leven. Met deze studie willen we de onderlinge samenwekring tusssen instanties in kaart brengen. Ook willen we weten wat triggers zijn voor terugval, maar ook voor succes: hoe komen meisjes in contact met ‘foute mannen’, waarom houden ze contact, welke signalen zijn er, waarom worden deze niet herkend, en welke hulp wordt hen aangeboden?

Anke van Dijke, Raad van Bestuur Fier:

‘We kunnen nog veel verbeteren in de hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandelaren (loverboys). Met dit onderzoek wordt goed aangesloten bij de complexiteit van de problematiek. Ik hoop dat hiermee de sensitiviteit voor de problematiek bij verschillende organisaties wordt vergroot en dat we daarmee de samenwerking en continuiteit van de behandelingen kunnen bevorderen. Want deze meisjes verdienen het perspectief op een 'normaal' leven.'

Aanpak onderzoek

Het onderzoek is in april 2019 van start gegaan en wordt gecoördineerd door Praktikon en Fier. Onderzoeker Evelyn Heynen van Fier: ‘We starten het onderzoek met het in kaart brengen van de gehele levenslijn van een meisje. Zo hopen we meer inzicht te krijgen in mogelijke succes- en faalervaringen op school, thuis, met vrienden en vriendinnen en in de hulpverlening.'

Ook worden ouders, verzorgers, professionals en ervaringsdeskundigen betrokken en geinterviewd. Met deze aanpak willen de onderzoekers aanbevelingen doen om de trajectbenadering te verbeteren en verschillende fasen beter op elkaar laten aansluiten.

Fase twee richt zich in vier pilots op veelbelovende vormen van trajectbenadering. In een van deze pilots ligt de focus op de overgang tussen opvang en een vervolgtraject. Fier voert deze pilot uit en gaat daarbij kijken naar maatschappelijke participatie: onderwijs en werk.

Het onderzoek is praktisch en cliëntgericht opgezet. Een ‘denktank’ zal de voortgang van het project toetsen. Evelyn Heynen: ‘In de denktank zitten niet alleen onderzoekers en bestuurders van instanties, maar ook ervaringsdeskundigen, slachtoffers en ouders.’ Daarmee blijft de focus van het onderzoek gericht op de meisjes (en hun ouders)  in plaats van op de instanties. Eind 2021 loopt het onderzoek af.