Over fatsoen gesproken

Gepubliceerd op 26 juni 2019
Over fatsoen gesproken

Wietze de Haan, politicus en ambassadeur van Fier, schrijft columns voor Fier. Deze keer gaat zijn column over fatsoen.

Vroeger leerde mijn moeder mij met twee woorden te spreken, het verschil te kennen tussen mijn en dijn en hulpvaardig te zijn. Het is wel eens fout gegaan. Ik heb in Londen eens een oud vrouwtje naar de andere kant van een drukke weg geholpen. Bleek dat ik met mijn overmatige hulpvaardigheid de vrouw naar een plek bracht waar ze helemaal niet wilde zijn. Excuse me, ik dacht te helpen. Kwade blikken waren mijn deel. Je kunt ook te hulpvaardig zijn en geen oog hebben voor wat een ander aan jou kenbaar wil maken. Over fatsoen gesproken.
 
Al enige tijd staat er een mooie fiets tegen mijn woning aan. Het komt vaker voor en dan wordt de fiets na bepaalde tijd toch weer opgehaald. Deze keer niet. De fiets bleef staan, niemand miste 'm blijkbaar. Op zich kwam het niet verkeerd uit. Een aantal weken ervoor was mijn eigen vouwfiets gestolen voor het zorgcentrum van mijn moeder. Ik liep even naar binnen en tien minuten later was de vouwfiets weg. Geen briefje er bij ‘Ik heb hem even geleend en breng hem wel terug’.  Niets van dat alles, gewoon gestolen. Over fatsoen gesproken.
 
Je raakt een babyfiets kwijt en krijgt er een volwassen fiets voor terug, maar die fiets is niet van mij. Dus wat moet ik er mee? De gemeente wil de fiets niet hebben, de politie niet en ik ook niet. Toch staat de fiets voor mijn huis. Ongewild krijg ik te maken met andermans acties. Even dacht ik aan de Londense vrouw die ik hielp oversteken terwijl ze het niet wilde.
 
Vorige week sprak ik een buurtbewoner voor de derde keer aan op de vuilnisbakken. Ik vroeg deze buurtbewoner om de vuilnisbakken en gasflessen niet op mijn grond neer te zetten, maar gewoon op zijn eigen grond. Een normaal verzoek leek het mij.
Van het antwoord moest ik wel even achter mijn oren krabben: ‘Ik heb weinig ruimte en u heeft ruimte genoeg, een grote tuin, dus wat maakt u het uit?’ Ik heb geprobeerd om normaal uit te leggen dat het zo niet werkt. Je kunt niet ongevraagd oneigenlijk gebruik maken van andermans ruimte en bezit. Maar dat leek aan dovemans oren gericht. Deze buurtbewoner was ervan overtuigd recht te hebben op andermans bezit, omdat de buurtbewoner zelf weinig ruimte had. Over fatsoen gesproken.
 
Onlangs verbaasde ik mij nog over een filmpje met een Zweedse jongeman. Hij wilde ergens zitten in de trein en bedreigde twee oudere mensen om zijn doel te bereiken. Onder druk van de agressieve actie stonden de oudjes hun plaats af. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, ging hij er zitten. Over fatsoen gesproken.
 
Ik stop met het noemen van voorbeelden, maar ik kan zo tien voorbeelden noemen die mij op verschillende momenten bijna tot het kookpunt hebben gebracht. Word ik ouder en daardoor meer zeurderig? Of is de mentaliteit in de wereld van vandaag de dag zodanig aan het veranderen dat ik me elke dag meer moet verbazen? Het zal wel een combinatie van beide zijn, al vind ik wel dat de fatsoensnorm een glijdende schaal aan het worden is. Ik wil en probeer geen moraalridder zijn, maar ik sta op voor ouderen in de trein, pak andermans fiets niet af en zet de vuilnisbakken van de buren bij de buren op de straat. En ik blijf oude dames helpen met oversteken. Moeten ze het wel willen, dat heb ik inmiddels wel  geleerd.
 
Wietze de Haan