Pareltjes

Gepubliceerd op 30 september 2019
Pareltjes

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier; landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad.

Zeer regelmatig duikt er een pareltje op bij Fier. Een bijzondere ontmoeting, een speciaal bericht, een eervolle prijs, puzzelstukjes die ‘ineens’ in elkaar vallen… Stuk voor stuk welkome verrassingen die laten zien: hier doen we het voor, dit is waarom ons werk zo verschrikkelijk belangrijk is. Dit is waarom we nooit, maar dan ook nooit moeten opgeven.

Kort geleden ontving ik zo’n pareltje per e-mail. ‘Beste mevrouw Terpstra’, stond erin. ‘In uw kantoor hangt een foto van mij uit 2012. Via deze weg wil ik u laten weten hoe het gaat met het ondergedoken meisje op de foto.’
Het was een e-mail van Manisha. Niet haar echte naam, maar omwille van haar privacy noem ik haar nu even zo. Manisha is een Afghaans meisje dat enige tijd bij ons verbleef omdat ze op de vlucht was voor haar familie. Haar portret hangt nog altijd bij mij in het kantoor. Een prachtige zwart-witfoto waarbij het gezicht van het meisje voor de helft bedekt is. Om haar te beschermen en haar privacy te waarborgen. Een portret waar ik – en met mij velen – nog iedere dag van geniet. Omdat het zo veelzeggend is, omdat het symbool staat voor de taak die Fier heeft: het zorgen voor slachtoffers van geweld.
‘Sinds het moment dat ik bij Fier binnen ben gekomen ben ik begonnen mijzelf weer opnieuw uit te vinden’, schrijft Manisha. ‘Ik kan zeggen dat het mij momenteel erg goed gaat. Ik ben niet meer het ondergedoken meisje, maar een sterke vrouw met een eigen visie.’
Manisha schrijft over haar tijd na Fier, waarin ze verschillende opleidingen deed. Over het vrijwilligerswerk dat ze aannam, over hoe ze zichzelf ontwikkelde, over hoe ze zich inzette voor anderen. En dat ze nu dolgraag bij Fier aan de slag zou willen. Want, zo schrijft ze: ‘In de tijd dat ik het moeilijk had was Fier voor mij letterlijk mijn redding.’
Manisha vraagt of ik tijd voor haar heb. Om haar te adviseren over mogelijkheden, tips en opleidingen die haar kunnen helpen haar ervaring in te zetten in de hulpverlening.  ‘En dan het liefst bij Fier’, schrijft ze. ‘Want dat is mijn droom.’
Wie droomt kan de wereld veroveren. Dat is precies wat we onze jongens en meisjes, mannen en vrouwen willen meegeven. Want eens beschadigd betekent niet voor altijd een verloren leven. We zetten jongeren als Manisha weer rechtop, in hun kracht. Zodat ze verder kunnen in de maatschappij en kunnen bouwen aan hun toekomst. Eentje waarin ze hun dromen kunnen en durven najagen.
Manisha is voor mij een stimulans om door te gaan. Net als al die andere verwaarloosde, misbruikte, mishandelde en opgejaagde kinderen en jongeren die onze hulp zo hard nodig hebben; stuk voor stuk pareltjes – ieder op hun eigen manier. Zij vormen de stimulans die ik nodig heb. Want – heel eerlijk - soms ben ik ook somber over de huidige ontwikkelingen. Terwijl de transities en de transformatie bedoeld waren om de zorg fundamenteel te verbeteren moet ik - vijf jaar na de decentralisaties – constateren dat het tegendeel is gebeurd in Nederland.
Maar ik ga door. Samen met mijn collega-bestuurder Anke van Dijke blijf ik strijden voor betere hulp aan deze kinderen, voor een flexibeler Nederland, voor minder regelzucht en meer creativiteit in de zorg, voor anders kijken naar budgetten, voor het bundelen van krachten vanuit verschillende disciplines en sectoren. We willen ervoor zorgen dat we teruggaan naar de kern: naar de maatschappelijke vraagstukken die we willen oplossen. Naar de levens van jongeren. Naar de beschadigde kinderen, de pareltjes, die dromen van een betere toekomst.
 
En Manisha? Die komt binnenkort op gesprek!
 
Linda Terpstra