Spijt

Gepubliceerd op 19 november 2018
Spijt

Iedereen kan iets betekenen voor een kind dat opgroeit in een onveilige thuissituatie. Zelfs een klein gebaar kan een groot verschil maken. Door te delen wat jij doet als je je zorgen maakt om een kind, moedig je anderen aan ook iets te doen. Communicatieadviseur Ellen de Ruiter was getuige van kindermishandeling en greep niet in. Tot op de dag van vandaag heeft ze daar spijt van...

Ik had op die deur moeten rammen, ik had erop moeten staan dat het geweld ophield

Toen ik een jaar of twintig was, ging ik naar Kreta om daar in een hippe en zweterige uitgaansgelegenheid achter de bar te werken. Samen met een studievriendin bewoonde ik in het centrum van Chersonisos een piepkleine kamer boven het appartement van de kroeg-eigenaar. En in die piepkleine kamer was ik voor het eerst echt getuige van kindermishandeling.

Ik ben het nooit vergeten.

Het was rond een uur of drie ’s middags, de zon stond hoog aan de hemel. Het was benauwd, vanuit de straat onder me klonken geluiden van ronkende scootertjes en druk pratende toeristen. Mijn huisgenootje lag op het strand, ik zat op het balkon een boek te lezen, nog even genietend van de paar vrije uurtjes voordat mijn werk in de bar weer begon. Ineens hoorde ik geschreeuw, toen het gehuil van een kind. Het kwam uit het appartement onder me, het appartement van mijn kroegbaas, waarvan de ramen wagenwijd open stonden. Was het daar maar bij gebleven, bij die ene schreeuw en dat zachtjes jammeren van het buurjongetje van tien. Maar daar bleef het niet bij. Wat volgde was een bijna twintig minuten durende martelgang. Het schreeuwen van de man, het jammeren van zijn zoon. Harde klappen gevolgd door hemeltergend huilen. Opnieuw de klappen en het nog hardere huilen. Het was afschuwelijk.

En ik deed niets. Niet écht iets. Ik zat daar maar. Stond af en toe op om over de reling van mijn balkon te kijken. Ging weer zitten. Stond op. Liep naar binnen en weer naar buiten. Liep weer naar binnen, opende de voordeur, liep een paar passen de trap af, bleef staan luisteren. De trap weer op, de voordeur achter me dicht. Ondertussen ging het slaan, het schreeuwen en het krijsen onophoudelijk door. Meubelstukken schoven van hun plek, de snelle voetstappen van een kind dat tevergeefs probeert te vluchten. Ik moet iets doen, dacht ik. Mijn hart klopte in mijn keel, ik voelde het branden op mijn borst, werd misselijk. Ik moet iets doen. Dit moest stoppen. Nu.

Maar ik deed niets. Behalve huilen. En schrijven. Ik schreef een brief aan mijn moeder, waarin ik haar vertelde over wat er in het appartement onder me gebeurde. Ik schreef haar over de klappen, over het geluid van vlees op vlees. Over het huilen, het vreselijke huilen van het jongetje.

Nog altijd kan ik het geluid van zijn strijd horen.

En ik deed niets.

Die avond ging ik met lood in mijn schoenen naar mijn werk. Niet lang na mij kwam mijn ‘baas’ binnen, een grote grijns op zijn gezicht. Hij zwaaide vrolijk, stapte als een burgemeester door zijn zaak. Ik kon alleen maar denken aan wat hij die middag had gedaan. Ik keek naar zijn handen, groot en sterk. Wat moet het pijn doen om door die handen te worden geslagen, dacht ik.

Ik ging aan het werk, maar niet meer met hetzelfde idee als daarvoor: lol maken, een mooie tijd hebben. Drie dagen later nam ik ontslag, een week later vloog ik terug naar Nederland.

Tot op de dag van vandaag heb ik er spijt van dat ik niet heb ingegrepen. Ik had op die deur moeten rammen, ik had erop moeten staan dat het geweld ophield. Of ik had de politie moeten bellen. Alles was beter geweest dan niets doen.
Zo af en toe denk ik nog aan dat kleine jochie op Kreta. Dan vraag ik me af wat er van hem geworden is. En of er iemand in zijn leven is geweest die wél durfde in te grijpen en het geweld heeft stopgezet. Ik hoop het.

Week tegen Kindermishandeling

In Nederland groeien bijna 119.000 kinderen op in onveilige gezinssituaties. Samen hebben we een belangrijke verantwoordelijkheid om de veiligheid van deze kinderen te vergroten. In de Week tegen Kindermishandeling wordt niet alleen aandacht gevraagd voor de aard en omvang van het probleem, maar vooral ook voor wat we kunnen doen om de aanpak van kindermishandeling te versterken. Tijdens de hele week, van maandag 19 november tot en met zondag 25 november, vinden er in het hele land allerlei activiteiten plaats.