Stop de carrousel met kinderen in de jeugdzorg

Gepubliceerd op 16 november 2018
Stop de carrousel met kinderen in de jeugdzorg

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad. Deze maand schrijft ze over de carrousel van het doorplaatsen van kinderen in de jeugdzorg.

De documentaire Alicia bracht eensluidende verontwaardiging. Te zien is een meisje dat al in haar eerste levensjaar uit huis wordt geplaatst. Ze gaat van pleeggezin, naar kindertehuis, naar instelling en verblijft nu – op haar veertiende – in een gesloten jeugdzorginstelling. Te zien is de angst van het meisje, de wanhoop, de zoektocht naar erkenning, de hunkering naar een veilige plek. Te zien is een meisje dat hoe langer hoe meer ontspoort. Van woede. Van verdriet. Van onmacht.

Het ministerie van VWS, bestuurders van jeugdhulp organisaties, jeugdbeschermers, wethouders, wetenschappers en anderen beloofden dat de carrousel zou stoppen. De carrousel van het doorplaatsen van kinderen ‘waar we niets meer mee kunnen’, van de ‘moeilijken’, de ‘onhandelbaren’. Ze gaan in Nederland van plek naar plek, van crisisopvang, naar tehuis. Als hete aardappelen uiteindelijk het ‘afvoerputje’ van de geslotenheid in. Achter slot en grendel.

Er zijn al zo vaak beloftes en toezeggingen gedaan om deze carrousel te stoppen. Er zijn documentaires gemaakt, ronde tafels en hoorzittingen gehouden, taskforces opgericht, commissies ingesteld. Er is een minister van Jeugd en Gezin aangesteld, er zijn eindeloze vragen in de Tweede Kamer geponeerd, een wettelijke verplichting aan de Wmo toegevoegd voor gemeenten om zorg te regelen voor jongeren die de jeugdhulp verlaten. Er zijn hoge uitgaven gedaan aan jeugdhulp. Met weinig resultaat. In ieder geval merken de Alicia’s van Nederland er niets van. Voor hen is er in al die jaren niets veranderd. Ze zijn ‘moeilijk’ en belanden uiteindelijk in de gesloten jeugdzorg waar ze ‘nog moeilijker’ worden.

In de eerste helft van vorig jaar verbleven er 1719 kinderen in Nederland in de gesloten jeugdzorg. Letterlijk opgesloten. Bij veel van deze instellingen gaat ‘s nachts de deur van de slaapkamers op slot, de meeste instellingen hebben een isoleercel. Veel kinderen die gesloten zitten belanden op een dag en soms zelfs meerdere malen in deze ‘isoleer’. Een bed met een dun matras, een ijzeren wc, dat is het. De kinderen om wie het gaat moeten zich uitkleden in het bijzijn van meerdere volwassenen –vrouwen én mannen - en krijgen een scheurhemd aan. Als een crimineel. Een derde van deze gesloten kinderen is nog maar 14 jaar of jonger, 4 van de 10 zijn meisjes.

Dat het slecht gaat met deze meisjes weten we niet alleen vanuit de documentaires. Ook onderzoek laat zien: deze meisjes zijn er slecht aan toe, hun problemen worden onvoldoende opgemerkt en dus onvoldoende behandeld. En als ze de gesloten jeugdzorg eenmaal verlaten gaat het niet beter met ze. Sterker nog. Een fors deel valt terug, wordt al jong moeder en krijgt vaak opnieuw te maken met instanties als de jeugdbescherming. We zien een intergenerationele overdracht van problemen.

Niet zelden worden de problemen van deze kwetsbare minderjarigen groter in de jeugdhulp en soms zien we zelfs achteruitgang. De jongeren om wie het gaat krijgen veelal niet de zorg die ze nodig hebben. Verschillende kinder- en jeugdpsychiaters geven aan dat een deel van het probleem samenhangt met het feit dat men zich in de jeugdzorg en de jeugd-ggz zelden afvraagt waarom kinderen en jongeren bepaald gedrag laten zien. Men vraagt zich onvoldoende af waarom kinderen zo boos, opstandig of verdrietig zijn, waarom ze geen vertrouwen meer hebben in volwassenen of zichzelf snijden. Men zoekt daarentegen de bijpassende DSM 5-categorie en past een protocol toe dat – uiteindelijk - bij ernstige gevallen vaak niet werkt. Men behandelt zonder goed te begrijpen hoe de stoornissen en ziektebeelden zijn ontstaan. En als het dan te moeilijk wordt, worden deze kinderen opgesloten, gesepareerd en bewaakt met camera’s. Kindonvriendelijkheid ten top!

De manier waarop ons jeugdhulpstelsel nu is ingericht, maakt dat een deel van deze kinderen getraumatiseerd en ernstig beschadigd raakt. Niet door hun ouders, maar door de jeugdhulp.

Hoe zorgt de minister ervoor, na jarenlange goede intenties van velen, dat er nu fundamenteel iets verandert? Wanneer stopt de carrousel écht en wanneer komen de échte doorbraakprojecten? Wanneer krijgen vernieuwers in de jeugdhulp ruimbaan: mogelijkheden en middelen om écht vernieuwende zorg te realiseren? Of is het wachten op een heuse hoorzitting?

Als we doorgaan met wat we altijd al deden, verandert er niets. In het manifest ‘Effecten van de transformatie Jeugdhulp’, dat eerder werd aangeboden aan de Tweede Kamer, doen 76 hoogleraren, lectoren, directeuren, bestuurders, toezichthouders, kinderartsen, vertegenwoordigers van politie en Openbaar Ministerie, cliënten, ouders en anderen een dringend beroep op  de politiek om heldere afspraken te maken over de positionering en financiering van landelijk specialisme. Wij pleiten voor versteviging van de specialistische zorg voor kinderen en jongeren; high intensive safety & high intensive care. Kindvriendelijk, en als het nodig is 7x24 uur aanwezigheid. Want ieder kinderleven is er één! Iedere Alicia is er één te veel.