chat

Weet wat je kind online doet

Gepubliceerd op 9 februari 2021
Weet wat je kind online doet

Februari 2017. Onur, een veertienjarige jongen uit Enschede, pleegt zelfmoord omdat zijn naaktfoto is uitgelekt op zijn school en hij daarmee wordt gepest. 

Juni 2019. De twaalfjarige Hania uit Rotterdam is vermist en blijkt in een hotel te zitten met een 49-jarige Amerikaan met seksuele bedoelingen. De twee hebben elkaar ontmoet via een computerspel over paarden. 


Het zijn voorbeelden van nieuwsberichten over de digitale onveiligheid van kinderen en jongeren. Een wereld die vaak onzichtbaar is voor ouders. Hoe kun je als ouder zicht krijgen op deze wereld en je kind beschermen? Johannes Dijkstra, projectleider digitale zorg bij Fier en Simone Belt, voorlichtingsmedewerker bij het Expertisebureau Online Kindermisbruik leggen het uit. 

Vreemdelingen

‘Het grootste verschil tussen online en offline is dat je online nooit helemaal zeker weet met wie je te maken hebt’, zegt Belt. ‘Kinderen ervaren de scheidingslijn tussen online en offline helemaal niet meer, terwijl volwassenen iemand pas écht kennen als ze deze persoon in het echt hebben ontmoet. Een kind kent iemand omdat ze “al maanden” aan het chatten zijn.’ 

Vertrouwen in vreemdelingen kan een gevaar zijn. Belt: ‘Het is online veel makkelijker voor iemand om zich voor te doen als een ander. Dit gebeurt vooral bij grooming: het online benaderen van kinderen door een volwassene, met als doel seksuele handelingen te verrichten. Eerst wint een groomer vertrouwen door veel met het kind te chatten en te doen alsof hij het perfecte maatje is voor het kind. Daarna wordt het kind geïsoleerd: “Niemand begrijpt je, maar bij mij kun je terecht.” Dit kan er uiteindelijk voor zorgen dat het kind niet meer met de ouders wil praten en alleen maar dieper in de problemen komt. 

Schaamte

Vindt digitaal misbruik alleen plaats bij contact met onbekenden? ‘Nee hoor’, legt Dijkstra uit, ‘we leven in een cultuur waarin je makkelijk dingen doorstuurt en er is een heel grote groep die niet snapt dat het doorsturen van bijvoorbeeld een naaktfoto schadelijk kan zijn voor een ander. Sexting, het versturen van seksueel getint beeldmateriaal, op zich is niet erg als het met wederzijdse toestemming gebeurt. Het probleem ontstaat als iemand met dat beeldmateriaal gechanteerd wordt of als het gedeeld worden met anderen.’ 

De gemeenschappelijke factoren bij grooming en andere vormen van digitaal seksueel misbruik zijn schuld, schaamte en angst. Dijkstra: ‘De stress die schaamte oplevert kan hoog oplopen. Een kind kan niet meer slapen, piekert de hele dag, krijgt depressieve gevoelens, wordt agressief of trekt zich juist terug. Deze symptomen komen niet altijd door seksueel misbruik, maar zijn wel tekenen dat er iets aan de hand is met het kind. Als het probleem al zover is gevorderd, probeer dan zelf het gesprek aan te gaan door de symptomen te benoemen: Het valt me op dat je stiller bent geworden, is er iets? Kinderen willen er vaak wel over praten, maar durven het niet.’

Belt bevestigt dit. ‘Schaamte is een van de grootste barrières voor een slachtoffer om hulp te zoeken. Veel ouders reageren in deze situatie met: had je maar geen foto moeten sturen, eigen schuld. Die reactie zie je ook veel onder nieuwsartikelen over seksueel geweld. Slachtoffers die dit horen ervaren alleen maar meer schaamte. Deze publieke reactie, ook wel bekend als victim blaming, maakt het probleem nog groter.’ 

Interesse

Gelukkig hoeft het niet zover te komen. Belt: ‘Het is belangrijk om interesse te blijven tonen in wat je kind online doet. Als een ouder helemaal niet weet dat je berichten kunt sturen via Instagram, is het veel moeilijker voor een kind om te zeggen: iemand heeft mij een vervelend berichtje gestuurd. Als ouder hoef je niet bang te zijn dat je kind niet wil praten; kinderen vinden het alleen maar leuk om te vertellen over de game die ze spelen en dit te delen met hun ouders.’

Volgens Dijkstra is geïnteresseerd zijn in wat je kind online doet de beste manier om een vertrouwensband op te bouwen. ‘De vraag “wat heb je vandaag online gedaan?” zou net zo logisch moeten zijn als “hoe ging het op school?”. Ouders moeten inzien dat ze niet de controle hebben over het online gedrag van het kind. Je kunt als ouder waarschuwen voor de gevaren van het internet, zoals je ook aangeeft niet met vreemde mensen in een auto te stappen. Dat wil niet zeggen dat je je kind helemaal niet meer naar buiten laat. Kinderen moeten de kans krijgen om fouten te maken. Spreek daarom met je kind af dat je altijd wilt helpen, vooral als je kind iets doet en achteraf denkt: dat was niet zo handig.’

Balans

Het internet heeft ook een positieve kant. Belt: ‘Lang niet iedereen heeft verkeerde bedoelingen, online contacten kunnen ook heel leuk zijn. Vooral voor kinderen die er op school niet zo goed bij passen of worden gepest. Die kennen mensen online die hen wel accepteren.’ Dijkstra: ‘Het verhaal moet in balans zijn. Het gaat in heel veel gevallen goed, het internet brengt veel mooie dingen. Het beeld is nu dat, als je op internet een paardenspelletje doet, je wordt misbruikt. Dat is natuurlijk niet zo. Juist als je als ouder zegt dat het allemaal slecht is, wordt het interessanter voor kinderen om de grens op te zoeken. En als het dan fout gaat, durven ze er niet over te praten.’

>> Bekijk hier het originele artikel uit het Fiermagazine 2020.

Gerelateerde artikelen