Kinderen in de opvang moeten de hulp krijgen die ze nodig hebben

Gepubliceerd op 30 april 2018
Kinderen in de opvang moeten de hulp krijgen die ze nodig hebben

Fier is blij met uitkomsten rapport over kinderen in maatschappelijke en vrouwenopvang
‘Kinderen in de opvang moeten de hulp krijgen die ze nodig hebben’

Kinderen moeten als zelfstandige cliënten worden gezien binnen de maatschappelijke en vrouwenopvang. Dat is een van de aanbevelingen in het rapport over deze kinderen dat verschijnt onder voorzitterschap van Henri Lenferink en in opdracht van het ministerie van VWS. Uitgangspunt is dat ieder kind in de opvang de hulp krijgt die het nodig heeft. Dat is hard nodig en nu nog niet altijd het geval omdat de financiering nu nog vooral is gericht op hulp aan de volwassenen. Het rapport zal worden gedeeld met de Tweede Kamer, colleges, gemeenteraden en instellingen voor maatschappelijke en vrouwenopvang.
 
Fier is verheugd dat er gepleit wordt om meer aandacht te besteden aan kinderen. Dit betekent om te beginnen het vaststellen van een onafhankelijke cliëntpositie van kinderen. ‘We omarmen de aanbevelingen in het rapport’, zegt Linda Terpstra van de Raad van Bestuur van Fier. ‘Het is een steun in de rug voor ons pleidooi dat er meer aandacht moet uitgaan naar de positie van en de hulpbehoefte van kinderen die in de opvang verblijven.’
Elk jaar verblijven er duizenden kinderen met hun ouders of moeder in de maatschappelijke en vrouwenopvang. Maar niet ieder kind krijgt nu de hulp die het nodig heeft. De financiering is vooral gericht op hulp aan de volwassenen, niet op de kinderen. Ruim de helft van de vrouwenopvang financiert de zorg voor kinderen uit eigen middelen, ongeveer een kwart heeft extra financiering nodig van de gemeente en ongeveer een kwart heeft een combinatie van verschillende financieringsbronnen.
Terpstra: ‘De kinderen die in de vrouwenopvang terechtkomen, zijn net zo goed slachtoffer als hun moeder. Daarom hebben ook zij gespecialiseerde en passende hulp nodig. Wij moeten en willen de cirkel van geweld doorbreken. Dit betekent dat er meer veel meer aandacht uit moet gaan naar de kinderen. De intergenerationele overdracht, het geweld dat overgaat van generatie op generatie, moet stoppen.’
 
Vorig jaar gaf de Tweede Kamer aan het belangrijk te vinden dat kinderen binnen de maatschappelijke en vrouwenopvang een onafhankelijke cliëntpositie krijgen, zodat een eigen intake, actieplan en passende hulp mogelijk worden. Burgemeester van Leiden en aanjager van het traject, Henri Lenferink, pleit in zijn rapport onder meer ook voor het implementeren van de landelijk ontwikkelde methodieken door instellingen.

Lees hier het rapport Kinderen in de opvang.