Specialistische Jeugdhulp in de knel

Gepubliceerd op 23 april 2018
Specialistische Jeugdhulp in de knel

Vandaag spreekt Fier-directeur Anke van Dijke in de Tweede Kamer tijdens een hoorzitting over de eerste evaluatie van de Jeugdwet. Fier maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van schaarse specialistische jeugdhulp.

Schaarse zeer specialistische jeugdhulp dreigt te verdwijnen. Op dit moment is er binnen veel jeugdhulpregio’s weinig of geen aandacht voor de integratie van specialistische zorg. Met de decentralisatie is aandacht hiervoor in de knel gekomen. 

Veel minderjarigen krijgen jeugdhulp dichtbij. Maar er is een groep kinderen die zeer specialistische zorg nodig heeft. Zorg die soms maar op 1 op 2 plekken in Nederland voorhanden is. Het gaat om specialistische jeugdhulp aan zeer kwetsbare kinderen waar sprake is van meervoudige complexe problematiek en ernstige gezinsproblematiek; o.a. complex trauma/vroegkinderlijke traumatisering als gevolg van geweld en verwaarlozing, meervoudige en/of ernstige psychiatrische problematiek, (eet)stoornissen, kinderen die te maken hebben met loverboyproblematiek en eergerelateerd geweld.

Fier maakt zich al langere tijd grote zorgen over de uitwerking van de decentralisatie, aldus Van Dijke. ‘Het voortbestaan van specialistische, schaarse functies en landelijke centra binnen de jeugdhulp is in het geding. De focus van de transitie ligt bijna geheel op lokale en regionale jeugdhulp. Als jeugdhulpregio’s – maar ook de minister als stelselverantwoordelijke – geen actie ondernemen zal er over een aantal jaren onvoldoende schaarse specialistische jeugdhulp beschikbaar zijn. De situatie is nu soms al nijpend.’

Manifest

Fier heeft een manifest opgesteld dat door een groot aantal vertegenwoordigers uit het veld is ondertekend en naar Tweede Kamerleden is gestuurd voorafgaand aan de hoorzitting waarin wordt gepleit voor heldere afspraken en duurzame financiering van schaarse specialistische jeugdhulp.

Lees hier het manifest ‘Effecten van de transformatie Jeugdhulp – Positionering van (zeer) schaarse specialistische functies in het zorglandschap. Een aanbod vanuit het veld.’